Rooms-Katholieke kerk

 

 Beschrijving van Rooms-Katholieke Kerken waar mijn voorouders

en hun familie zijn gedoopt

De kerken zijn op alfabet en plaats opgenomen

 

Afbeeldingen van de Kerken

't Boompje te Amsterdam

Kerk 't Boompje werd bediend door Franciscanen. Het was een huiskerk of schuilkerk in panden bij de Munt vanaf 1628; de kerk werd herbouwd in 1650. In 1676 en 1731 werd de kerk uitgebreid en vernieuwd. Het doopboek dateert uit 1628; het boek bevat de oudste Katholike doopinschrijving sinds de Alteratie. (Overgang naar de Reformatie). Rond 1628 richtte de franciscaan Pater Steven Hontgens in een pandje aan het Rokin een schuilkerkje in(waarzich thans het warenhuis Vroom & Dreesmann bevindt die het in 1910 overnam). Het was sinds december 1581 verboden om in Amsterdam de RK godsdienst uit te oefenen. In dit pandje was eerst een bierbrouwerij gevestigd, waar 'het Boompje uithing. Zo kwam het schuilkerkje aan zijn naam. Het Boompje was een zogenaamde 'Bovenkerk', d.w.z. dat de kosterswoning, pastorie enz. zich op de begane grond bevonden en de kerk op de 1e etage. Na de sluiting van de kerk in 1911 werden er tegelijk plannen gemaakt voor een nieuwe kerk in de nieuwe wijk bij Sloterdijk, het huidige Bos en Lommer. En inderdaad is de Nieuwe kerk 'De Boom"' aan de Admiraal de Ruyterweg gerealiseerd.


Stadhuis van Hoorn te Amsterdam  

De oudste vermelding van de naam 'Stadhuis van Hoorn' is gevonden in een akte, gedateerd 22 september 1685, het is een overdracht aan Arent Krijs van twee huizen, gelegen achter zijn huis, genaamd 'Stadhuis van Hoorn' aan de Nieuwezijds Achterburgwal. In deze schuilkerk hadden de paters Dominicanen reeds een halve eeuw eerder hun eerste statie opgericht. Het stichtingsjaar is niet bekend, wel de stichter, Pater Henricus van Merwen, die in Amsterdam werkzaam was van 1623 tot 1637, in die periode zou dus de oprichting moeten liggen. De kerk (huis) was op 15 augustus 1685 aan Arent Krijs verkocht door de eigenaresse, Annetje Baltes, weduwe van Gerrit Ringenberg. Volgens een akte (uit het archief van de Orde der Dominicanen), verklaard Arent Krijs, dat hij het huis genaamd Stadhuis van Hoorn destijds had gekocht voor de missie van Pater Gaspar Pauwens. Zodra de schulden uit deze transactie geheel zouden zijn voldaan, zou het huis door hem worden overgedragen aan degene die door de provinciaal en prefect zijn aangewezen. Ook de nakomelingen van Arent Krijs hebben zich bij deze akte daartoe verbonden. Een grote restauratie heeft plaats gevonden rond 1840. Later werd op de plaats van deze schuilkerk een nieuwe kerk gebouwd aan de Spuistraat 'De Dominicuskerk tussen 1883-1893.


Begijnhofkerk te Amsterdam

Het Begijnhof werd in 1346 gebouwd voor de huisvesting van Begijnen, een zusterschap van katholieken die als non leefden maar waren het niet, ze moesten wel ongehuwd zijn en de gelofte van kuisheid afleggen. Ook hadden ze geen gelofte van armoede afgelegd en beschikte daardoor over eigen bezit. Het begijnhof was ook de enige katholieke instelling die na de alteratie van 1578 bleef bestaan. De huizen waren particulier eigendom van de Begijnen zelf en bleven dat. Wel moesten zij de kapel afstaan, die sinds 1607 door de Engelsen werd gebruikt. Sindsdien heet het kerkje de Engelse Kerk. In 1671 werden er twee huizen t.o. de kapel omgebouwd tot schuilkerk die gewijd werd aan de heilige Johannes en Ursula, de beschermheiligen van het Begijnhof. De kerk is door Toscaanse zuilen in drie beuken verdeeld, waarvan de buitenste met galerijen. Voorgevel onder rechte lijst, enigzins in de trant van een woonhuisgevel. Nadat de kapel ter Heilige Stede in 1908 is afgebroken werd is de Begijnhofkerk officieel de Mirakelkerk. De laatste Begijn, zuster Antonia (eigenlijk Agatha Kaptein) is op 23 mei 1971 overleden 84 jaren oud.

Voorin de rechter zijbeuk bevindt zich sinds najaar 2009 het Cavaillé-Coll orgel uit 1879, dat voorheen in de kapel van Huize Bernardus in Amsterdam stond.


De Duif te Amsterdam

De Duif is een van oorsprong Katholiek kerkgebouw. Tot 1974 was het de Katholieke Sint-Willibrorduskerk binnen de Veste. In 2008 is de kerk gerestaureerd door Stadsherstel Amsterdam. Vroeger stond op de plaats van De Duif de suikerfabriek Het Fortuyn. Toen deze afbrandde, werd heir in1796 de Sint-Willibrorduskerk gebouwd ter vervanging van het eeuwenoude schuilkerkje "Het Vrededuifje" die gebouwd was tegen de achtergevels aan van vijf huisjes aan de Kerkstraat, vlakbij de Spiegelstraat. De toegang tot de kerk bevond zich in een van die huisjes. De nieuwe kerk nam de bijnaam van het oude kerkje mee. Deze werd in de loop der jaren De Duif. In 1858 werd de oude kerk vervangen door de huidige en is derhalve de derde Duif-kerk in Amsterdam. De kerk nu is in neoclassicistische stijl gebouwd, en heeft en neobarokke voorgevel.

Bij de restauratie zijn diverse muurschilderingen ontdekt

Hetb orgel is een groot Smits-orgel. Dit orgel is het grootste Smits-orgel boven de grote rivieren en is na een grondige restauratie in 2006 weer in gebruik genomen.

Franciscus Cornelius Smits (1800-1876) was een orgelbouwer uit Reek, die vooral in Noord-Brabant veel orgels gebouwd heeft. S. is samen met zijn broer Nicolaas Smits begonnen maar Nicolaas stierf al vrij snel. Zij waren beiden autodidact.



De Fransche kapel of De Waalse Kerk                

De Fransche Kapel is een voormalige Rooms-Katholieke kapel van het Sint-Paulusbroederklooster. De eerste kapel van het klooster werd gebouwd in 1409 maar vermoedelijk verwoest in de stadsbrand van 1452. In 1493 kreeg het klooster toestemming om een nieuwe kapel te bouwen. Na de Alteratie (de Reformatie) in Amsterdam in 1578 werd de kapel in beslag genomen en diende ondermeer als opslagplaats tot het in 1586 ter beschikking werd gesteld aan de Waalse Hervormde vluchtelingen. In 1616 kreeg de kerk een extra ingang aan de noordzijde, met een poort aan de Oude Hoogstraat, die versierd werd met doodshoofden, een verwijzing naar de begrafenisstoeten die door deze poort kwamen. De kerk, die uit een middenbeuk en een noordelijke zijbeul bestond, werd in 1661 verbouwd en uitgebreid met een zuidbeuk. Na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 kwam een nieuwe vluchtelingenstroom van Hugenoten op gang. De Waalse gemeente in Amsterdam groeide enorm. Daarom werden aan drie zijden van de kerk galerijen aangebracht. In ondermeer 1816 en 1891 werd de kerk nogmaals verbouwd, waarbij de galerijen verwijderd werden. In 1990-1992 werd de kerk gerestaureerd, waarbij de kerk onderheid werd om de verzakking, veroorzaakt door de in 1885 geplaatste voorgevel, te verhelpen. Tijden deze restauratie werden zoveel grafstenen gevonden, dat besloten werd de betonnen vloer te verwijderen om plaats te maken voor een nieuwe zelfdragende vloer met eigen fundering.


De Papagaai te Amsterdam

De Papagaai, eigenlijk heet de voormalige schuilkerk HH. Petrus en Paulus-kerk in de Kalverstraat. De statie werd al opgericht in 1672. De eerste pastoor was Willem Willemart. Hoewel het huis dat hij in de kalverstraat huurde een kompas op de gevel had als verwijzing naar de achternaam van de eigenaar Willem Compas, kreeg de schuilkerk toch de bijnaam De Papagaai, vermoedelijk genaamd naar de vogelhandelaar die in zijn tuin een kerk liet bouwen. In 1689 kocht G. Fox , de opvolger van de pastoor Willem Willemart, het pand. Omdat hij geld tekort kwam, leende hij het bij het R.K Oude Armencomptoir (R.K. Armenkantoor). Vervolgens behoorde het huis aan het Armenkantoor tot het in 1846 voor fl. 24.000 werd teruggekocht om een kerk te kunnen bouwen. Het werd de eerste neogotische kerk te Amsterdam, een driebeukige basiliek met tribune. Het stucwerk (stucadoorsgotiek) ook wel Willem II-gotiek genoemd, dient uitsluitend voor decoratie. De Papagaai is de grootste voormalige Amsterdamse schuilkerk die nog in gebruik is.

Het orgel (opus 76) is in 1930 gebouwd door B. Pels te Alkmaar.


De Pool of Sint-Annakerk te Amsterdam

In 1685 (volgens enkele akten in 1688) werden op het Kattenburgplein drie huizen aangekocht door Johannes  Daeldorp, als gemachtigde van de weduwe Catharina de Kies, t.b.v. pastoor Cornelis van Gestel, om er een kerk in te richten. Deze schuilkerk is verplaatst in 1720 naar de IJgracht (Prins Hendrikkade), in een pakhuis cq woonhuis De Pool, naast de Zeevaartschool. In 1695 kocht pastoor Gerardus Wijckersloot er een stuk tuin bij, vermoedelijk om een extra toegang te maken. Interessant is een samenhang tussen deze statie en een statie in Oetewaal, een buurschap wat gesitueerd wordt in het verlengde van de Linnaeusstraat te Amsterdam. De bijnaam De Pool ging in 1900 over op de wel goed zichtbare Sint-Annakerk. De kerk werd in 1970 gesloten en in 1978 gesloopt. Architectonisch was dit kerkgebouw- een driebeukige hallenkerk met dwarsschip, maar zonder fronttoren.

Nog wel aanwezig is de mooie ingangspoort aan de Wittenburgergracht naar deze, destijds inpandig gebouwde kerk.

Het orgel is in 1916 door Adema gebouwd met gebruikmaking van ouder materiaal uit de schuilkerk De Pool. Het orgel is later overgebracht naar de Sint-Vincentiuskerk te Volendam.



De Posthoorn te Amsterdam

De Posthoorn was oorspronkelijk een Rooms-Katholieke schuilkerk, gevestigd in het achterhuis van Prinsengracht 7. De Posthoorn is voortgekomen uit het werk van de Augustijner pater Johannes van den Brande, die sinds 1623 kerkdiensten leidde in Amsterdam. Waar eerst werd gebruik gemaakt van een kerkruimte in "t Friesche Wapen", op de hoek van de Korte Prinsengracht en de Haarlemmerstraat. Rond 1687 verhuisde de kerk naar de statie De Posthoorn op de Prinsengracht bij de Brouwersgracht. De Posthoorn dankt zijn naam aan de vroegere behuizing in een oude paardenposterij. Hiervan is nog steeds een Posthoorn in de gevel te zien boven de oorspronkelijke toegang tot het schuilkerkje. Op de tekening hiernaast ziet u het huis behorende bij het schuilkerkje en rechts het poortje Posthoorngang, Brouwersgracht tussen de nr's 81-89. In 1861 werd er aan de Haarlemmer Houttuinen de Posthoornkerk als opvolger van het schuilkerkje gebouwd. De officiële naam van deze kerk is Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen. Omdat deze kerk niet vrijstaand kon worden gebouwd werd zij extra hoog uitgevoerd, met galerijen boven de zijbeuken. Voor het interrieur stond de laat-romaanse Munsterkerk te Roermond model. De kerk werd in 1963 buiten gebruik gesteld, en heeft uiteindelijk Stadsherstel de kerk overgenomen.

Het orgel was nog afkomstig van de oude schuilkerk en werd in 1928 vervangen door een nieuwe gebouwd door de firma Vermeulen kerkorgels


De Toren te Amsterdam

Wanneer De Toren als schuilkerk is gesticht is niet helemaal duidelijk. Men denkt 1644 vanwege het stichtingsjaar van deze statie en de aanvang van de doopboeken die beginnen bij 1644. Het is de tweede statie van de paters Dominicanen die ook de kerk 'Stadhuis van Hoorn' als eerste statie hadden gesticht. De kerk stond in het huis 'De Toren" aan het Singel, ten noorden van de Bergstraat, bij de inmiddels verdwenen Jan Roodenpoortstoren. Nadat de bisschop van Haarlem had besloten dat Amsterdam verdeeld moest worden in parochies, werden de twee staties één parochie. De Toren wordt de bijkerk van de parochiekerk het Stadhuis van Hoorn. Uit het archief van de parochie die loopt tot ± 1900, maar bevat ook echter archivalia van na 1900 blijkt dat de bijkerk De Toren werd gesloten. Van september 1926 tot september 1937 werd de kerk verhuurd, waarna de kerk definitief werd gesloten. Op 22 april 1938 werd de kerk verkocht, waarna de kerk en pastorie werdem gesloopt.


De Zaaier te Amsterdam

De Zaaier was een aan de Rozengracht gevestigde Jezuïetenschuilkerk. Deze kerk was vanaf 1663 gevestigd als statie op de zolder van een pakhuis "De Sayer" aan de Keizersgracht bij de Brouwersgracht. De naam van dit pakhuis ging mee naar de nieuwe kerk aan de Rozengracht. Na sluiting van de statie, in 1669 op last van de apostolisch-vicaris, vond in 1685 de heropening van de statie plaats. In 1708 opnieuw sluiting van de statie, nu op last van de Staten van Holland en Westfriesland. 1792 opnieuw heropening van de statie. In het jaar 1837 wordt de huiskerk vervangen door een zogenaamde Waterstaatskerk. In 1857 wordt de statie veheven tot parochiekerk van de H. Ignatius en worden de parochiegrenzen vastgesteld. De tweede hulpkerk aan de Rozengracht, de Sint-Jozefkapel wordt gebouwd in 1899. Als in 1928/1929 de Sint-Jozefkapel wordt opgeheven verplaatst men de kerk en pastorie van De Zaaier naar de Rozengracht, waarna de parochie in 1971 wordt opgeheven en de kerk wordt gesloten. Het socialistische verenigingsgebouw "Constantia" van de Vrije Socialistische Arbeidervereniging werd in 1899 opgekocht. Het gebouw waar Domela Nieuwenhuis zijn redevoeringen hield. Op de plaats van Constantia werd de Sint-Ignatiuskerk gebouwd en in 1929 in gebruik genomen. Maar de naam van de kerk bleef in de volksmond De Zaaier. In 1971 werd de laatste dienst in de kerk gehouden, en in 1974 werd zij gebruikt als tapijt- en muziekhal, totdat het in 1981 werd gekocht en ingericht als moskee.


 
Kerk in het Jongensweeshuis te Amsterdam

Kerk/kapel in het Rooms-Katholieke Jongensweeshuis, Vanaf 1664 waren de wezen gehuisvest in de Weesperstraat; maar e.e.a. was niet naar het zin van de Gereformeerde kerkeraad, die zich hierover beklaagde bij de Burgermeesters over het Paapse weeshuis. De Papisten worden door Burgermeesters op het matje geroepen. Ze krijgen te horen: "sulcks is in deze stad niet te dulden", maar ze worden stilzwijgend gedoogd door een ieder, want de weeskinderen moesten toch ergens heen. In 1686 verhuisde men naar de Lauriergracht, waar men op de plek van het pakhuis Venetië en de verffabrieken De Blauwselmolen en De Indigo's Ton stonden, het weeshuis gebouwd. De kerk stond open voor gelovigen uit de omtrek. De kapel was sinds 1723 in Jansenistische handen, zeer tegen de zin van regenten; In 1782 werd met toestemming van het stadsbestuur een kapel in een voormalige slaapzaal ingericht. In 1883 werd er een laatste gedeelte bijgebouwd.

 
 
Kerk in het Maagdenhuis te Amsterdam

Het huidige Maagdenhuis (het dankt zijn naam aan het doel waarvoor het werd gebouwd) stamt uit 1780 en is het bestuurlijk centrum van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Op deze locatie aan het Spui bevond zich van 1628 tot 1953 het Rooms-Katholiek Maagdenhuis, een weeshuis voor meisjes, met schuilkerk, dat in 1570 was ontstaan toen twee Amsterdamse vrouwen besloten om de zorg voor enkele weesmeisjes op zich te nemen. In 1780 werd besloten het oude complex ± 9 panden te vervangen door nieuwbouw. Het nieuwe gebouw bood plaats aan bijna 400 kinderen en 13 verzorgsters. De kerk werd uiteindelijk de kapel, alleen voor gebruik door de bewoners van het Maagdenhuis. Het aanzien van het huidige gebouw, namelijk het exterieur, is nagenoeg gelijk aan de staat waarin het werd gebouwd. Hoog aan de voorgevel is een fraai onderdeel van het gebouw te zien: een timpaan met een beeldengroep in de driehoek, welke verwijst naar de functie die het Maagdenhuis  bijna 170 jaar heeft gehad. Het medaillon in het midden van het fronton beeldt de Bijbeltekst uit die men kan lezen in Markus 10: vers 14. Het medaillon wordt geflankeerd door twee weesmeisjes, de "twee maagden".

Het orgel werd gebouwd door de Leidse orgelbouwer Johannes Mittenreither in 1788. In 1957 is dit orgel verplaatst naar Wehe de Hoorn in Groningen.

 
  
De Mozes en Aäronkerk te Amsterdam

De Mozes en Aäronkerk ligt aan het Waterlooplein. Officieel heet de kerk: Sint Antonius van Padua en is ook ontstaan uit een schuilkerk. Deze werd bediend door de paters Franciscanen en was gevestigd in een huis aan de Jodenbreestraat. In 1649 werd er gekerkt in het huis "Moyses" (Mozes), ter hoogte van de huidige kerk. Kort daarna werd ook het aangrenzende huis "Aäron"(Mozes broer) aan de Houtgracht erbij getrokken. In 1686 werd een grote kerk gebouwd, die in 1759 verfraaid werd, zowel van binnen als van buiten. De huidige kerk werd gebouwd als Waterstaatskerk tussen 1837 en 1841 naar een ontwerp van Tieleman Franciscus Suys (1783-1861) in de stijl van het neoclassicisme. Vanaf het voorportaal wijst het beeld van de heilige Franciscus van Assisi naar de wisselaars op het Waterlooplein, Franciscus wees alle rijkdom af. De architectuur van de kerk is bijzonder voor Nederlandse begrippen: het is een vroege combinatie van een zuilenhal met een front van twee torens. Voor een Katholieke kerk ziet deze kerk er simpel uit. Dit komt niet door de gedachte van de heilige Franciscus, maar door de Nederlandse overheid. Vanaf het begin van de 19e eeuw was het Ministerie van Eredienst betrokken bij de nieuwbouw van kerken. De architecten stonden onder toezicht van het departement van Waterstaat. Dus de kerken werden zo voordelig mogelijk gebouwd. Vandaar de naam Waterstaatskerk. Eenvoudige materialen kregen door stuc- en schilderwerk een zo voornaam mogelijke uitstraling.

Het orgel is in 1871 gebouwd door C. en P.J. Adema, Amsterdam, onder advies van de Franse consul Charles Marie Philbert. Het pijpwerk van enkele registers dateert uit 1772. Het orgel was het eerste grote orgel in de hoofdstad, dat ontworpen was volgens de principes van de Franse symfonische orgelbouw.