Gendijk

Met deze site maakt u een ontdekkingsreis naar het verleden

Artikelen

Rooms-Katholieke kerk

 

 Beschrijving van Rooms-Katholieke Kerken waar mijn voorouders

en hun familie zijn gedoopt

De kerken zijn op alfabet en plaats opgenomen

 

Afbeeldingen van de Kerken

't Boompje te Amsterdam

Kerk 't Boompje werd bediend door Franciscanen. Het was een huiskerk of schuilkerk in panden bij de Munt vanaf 1628; de kerk werd herbouwd in 1650. In 1676 en 1731 werd de kerk uitgebreid en vernieuwd. Het doopboek dateert uit 1628; het boek bevat de oudste Katholike doopinschrijving sinds de Alteratie. (Overgang naar de Reformatie). Rond 1628 richtte de franciscaan Pater Steven Hontgens in een pandje aan het Rokin een schuilkerkje in(waarzich thans het warenhuis Vroom & Dreesmann bevindt die het in 1910 overnam). Het was sinds december 1581 verboden om in Amsterdam de RK godsdienst uit te oefenen. In dit pandje was eerst een bierbrouwerij gevestigd, waar 'het Boompje uithing. Zo kwam het schuilkerkje aan zijn naam. Het Boompje was een zogenaamde 'Bovenkerk', d.w.z. dat de kosterswoning, pastorie enz. zich op de begane grond bevonden en de kerk op de 1e etage. Na de sluiting van de kerk in 1911 werden er tegelijk plannen gemaakt voor een nieuwe kerk in de nieuwe wijk bij Sloterdijk, het huidige Bos en Lommer. En inderdaad is de Nieuwe kerk 'De Boom"' aan de Admiraal de Ruyterweg gerealiseerd.


Stadhuis van Hoorn te Amsterdam  

De oudste vermelding van de naam 'Stadhuis van Hoorn' is gevonden in een akte, gedateerd 22 september 1685, het is een overdracht aan Arent Krijs van twee huizen, gelegen achter zijn huis, genaamd 'Stadhuis van Hoorn' aan de Nieuwezijds Achterburgwal. In deze schuilkerk hadden de paters Dominicanen reeds een halve eeuw eerder hun eerste statie opgericht. Het stichtingsjaar is niet bekend, wel de stichter, Pater Henricus van Merwen, die in Amsterdam werkzaam was van 1623 tot 1637, in die periode zou dus de oprichting moeten liggen. De kerk (huis) was op 15 augustus 1685 aan Arent Krijs verkocht door de eigenaresse, Annetje Baltes, weduwe van Gerrit Ringenberg. Volgens een akte (uit het archief van de Orde der Dominicanen), verklaard Arent Krijs, dat hij het huis genaamd Stadhuis van Hoorn destijds had gekocht voor de missie van Pater Gaspar Pauwens. Zodra de schulden uit deze transactie geheel zouden zijn voldaan, zou het huis door hem worden overgedragen aan degene die door de provinciaal en prefect zijn aangewezen. Ook de nakomelingen van Arent Krijs hebben zich bij deze akte daartoe verbonden. Een grote restauratie heeft plaats gevonden rond 1840. Later werd op de plaats van deze schuilkerk een nieuwe kerk gebouwd aan de Spuistraat 'De Dominicuskerk tussen 1883-1893.


Begijnhofkerk te Amsterdam

Het Begijnhof werd in 1346 gebouwd voor de huisvesting van Begijnen, een zusterschap van katholieken die als non leefden maar waren het niet, ze moesten wel ongehuwd zijn en de gelofte van kuisheid afleggen. Ook hadden ze geen gelofte van armoede afgelegd en beschikte daardoor over eigen bezit. Het begijnhof was ook de enige katholieke instelling die na de alteratie van 1578 bleef bestaan. De huizen waren particulier eigendom van de Begijnen zelf en bleven dat. Wel moesten zij de kapel afstaan, die sinds 1607 door de Engelsen werd gebruikt. Sindsdien heet het kerkje de Engelse Kerk. In 1671 werden er twee huizen t.o. de kapel omgebouwd tot schuilkerk die gewijd werd aan de heilige Johannes en Ursula, de beschermheiligen van het Begijnhof. De kerk is door Toscaanse zuilen in drie beuken verdeeld, waarvan de buitenste met galerijen. Voorgevel onder rechte lijst, enigzins in de trant van een woonhuisgevel. Nadat de kapel ter Heilige Stede in 1908 is afgebroken werd is de Begijnhofkerk officieel de Mirakelkerk. De laatste Begijn, zuster Antonia (eigenlijk Agatha Kaptein) is op 23 mei 1971 overleden 84 jaren oud.

Voorin de rechter zijbeuk bevindt zich sinds najaar 2009 het Cavaillé-Coll orgel uit 1879, dat voorheen in de kapel van Huize Bernardus in Amsterdam stond.


De Duif te Amsterdam

De Duif is een van oorsprong Katholiek kerkgebouw. Tot 1974 was het de Katholieke Sint-Willibrorduskerk binnen de Veste. In 2008 is de kerk gerestaureerd door Stadsherstel Amsterdam. Vroeger stond op de plaats van De Duif de suikerfabriek Het Fortuyn. Toen deze afbrandde, werd heir in1796 de Sint-Willibrorduskerk gebouwd ter vervanging van het eeuwenoude schuilkerkje "Het Vrededuifje" die gebouwd was tegen de achtergevels aan van vijf huisjes aan de Kerkstraat, vlakbij de Spiegelstraat. De toegang tot de kerk bevond zich in een van die huisjes. De nieuwe kerk nam de bijnaam van het oude kerkje mee. Deze werd in de loop der jaren De Duif. In 1858 werd de oude kerk vervangen door de huidige en is derhalve de derde Duif-kerk in Amsterdam. De kerk nu is in neoclassicistische stijl gebouwd, en heeft en neobarokke voorgevel.

Bij de restauratie zijn diverse muurschilderingen ontdekt

Hetb orgel is een groot Smits-orgel. Dit orgel is het grootste Smits-orgel boven de grote rivieren en is na een grondige restauratie in 2006 weer in gebruik genomen.

Franciscus Cornelius Smits (1800-1876) was een orgelbouwer uit Reek, die vooral in Noord-Brabant veel orgels gebouwd heeft. S. is samen met zijn broer Nicolaas Smits begonnen maar Nicolaas stierf al vrij snel. Zij waren beiden autodidact.



De Fransche kapel of De Waalse Kerk                

De Fransche Kapel is een voormalige Rooms-Katholieke kapel van het Sint-Paulusbroederklooster. De eerste kapel van het klooster werd gebouwd in 1409 maar vermoedelijk verwoest in de stadsbrand van 1452. In 1493 kreeg het klooster toestemming om een nieuwe kapel te bouwen. Na de Alteratie (de Reformatie) in Amsterdam in 1578 werd de kapel in beslag genomen en diende ondermeer als opslagplaats tot het in 1586 ter beschikking werd gesteld aan de Waalse Hervormde vluchtelingen. In 1616 kreeg de kerk een extra ingang aan de noordzijde, met een poort aan de Oude Hoogstraat, die versierd werd met doodshoofden, een verwijzing naar de begrafenisstoeten die door deze poort kwamen. De kerk, die uit een middenbeuk en een noordelijke zijbeul bestond, werd in 1661 verbouwd en uitgebreid met een zuidbeuk. Na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 kwam een nieuwe vluchtelingenstroom van Hugenoten op gang. De Waalse gemeente in Amsterdam groeide enorm. Daarom werden aan drie zijden van de kerk galerijen aangebracht. In ondermeer 1816 en 1891 werd de kerk nogmaals verbouwd, waarbij de galerijen verwijderd werden. In 1990-1992 werd de kerk gerestaureerd, waarbij de kerk onderheid werd om de verzakking, veroorzaakt door de in 1885 geplaatste voorgevel, te verhelpen. Tijden deze restauratie werden zoveel grafstenen gevonden, dat besloten werd de betonnen vloer te verwijderen om plaats te maken voor een nieuwe zelfdragende vloer met eigen fundering.


De Papagaai te Amsterdam

De Papagaai, eigenlijk heet de voormalige schuilkerk HH. Petrus en Paulus-kerk in de Kalverstraat. De statie werd al opgericht in 1672. De eerste pastoor was Willem Willemart. Hoewel het huis dat hij in de kalverstraat huurde een kompas op de gevel had als verwijzing naar de achternaam van de eigenaar Willem Compas, kreeg de schuilkerk toch de bijnaam De Papagaai, vermoedelijk genaamd naar de vogelhandelaar die in zijn tuin een kerk liet bouwen. In 1689 kocht G. Fox , de opvolger van de pastoor Willem Willemart, het pand. Omdat hij geld tekort kwam, leende hij het bij het R.K Oude Armencomptoir (R.K. Armenkantoor). Vervolgens behoorde het huis aan het Armenkantoor tot het in 1846 voor fl. 24.000 werd teruggekocht om een kerk te kunnen bouwen. Het werd de eerste neogotische kerk te Amsterdam, een driebeukige basiliek met tribune. Het stucwerk (stucadoorsgotiek) ook wel Willem II-gotiek genoemd, dient uitsluitend voor decoratie. De Papagaai is de grootste voormalige Amsterdamse schuilkerk die nog in gebruik is.

Het orgel (opus 76) is in 1930 gebouwd door B. Pels te Alkmaar.


De Pool of Sint-Annakerk te Amsterdam

In 1685 (volgens enkele akten in 1688) werden op het Kattenburgplein drie huizen aangekocht door Johannes  Daeldorp, als gemachtigde van de weduwe Catharina de Kies, t.b.v. pastoor Cornelis van Gestel, om er een kerk in te richten. Deze schuilkerk is verplaatst in 1720 naar de IJgracht (Prins Hendrikkade), in een pakhuis cq woonhuis De Pool, naast de Zeevaartschool. In 1695 kocht pastoor Gerardus Wijckersloot er een stuk tuin bij, vermoedelijk om een extra toegang te maken. Interessant is een samenhang tussen deze statie en een statie in Oetewaal, een buurschap wat gesitueerd wordt in het verlengde van de Linnaeusstraat te Amsterdam. De bijnaam De Pool ging in 1900 over op de wel goed zichtbare Sint-Annakerk. De kerk werd in 1970 gesloten en in 1978 gesloopt. Architectonisch was dit kerkgebouw- een driebeukige hallenkerk met dwarsschip, maar zonder fronttoren.

Nog wel aanwezig is de mooie ingangspoort aan de Wittenburgergracht naar deze, destijds inpandig gebouwde kerk.

Het orgel is in 1916 door Adema gebouwd met gebruikmaking van ouder materiaal uit de schuilkerk De Pool. Het orgel is later overgebracht naar de Sint-Vincentiuskerk te Volendam.



De Posthoorn te Amsterdam

De Posthoorn was oorspronkelijk een Rooms-Katholieke schuilkerk, gevestigd in het achterhuis van Prinsengracht 7. De Posthoorn is voortgekomen uit het werk van de Augustijner pater Johannes van den Brande, die sinds 1623 kerkdiensten leidde in Amsterdam. Waar eerst werd gebruik gemaakt van een kerkruimte in "t Friesche Wapen", op de hoek van de Korte Prinsengracht en de Haarlemmerstraat. Rond 1687 verhuisde de kerk naar de statie De Posthoorn op de Prinsengracht bij de Brouwersgracht. De Posthoorn dankt zijn naam aan de vroegere behuizing in een oude paardenposterij. Hiervan is nog steeds een Posthoorn in de gevel te zien boven de oorspronkelijke toegang tot het schuilkerkje. Op de tekening hiernaast ziet u het huis behorende bij het schuilkerkje en rechts het poortje Posthoorngang, Brouwersgracht tussen de nr's 81-89. In 1861 werd er aan de Haarlemmer Houttuinen de Posthoornkerk als opvolger van het schuilkerkje gebouwd. De officiële naam van deze kerk is Onze Lieve Vrouwe Onbevlekt Ontvangen. Omdat deze kerk niet vrijstaand kon worden gebouwd werd zij extra hoog uitgevoerd, met galerijen boven de zijbeuken. Voor het interrieur stond de laat-romaanse Munsterkerk te Roermond model. De kerk werd in 1963 buiten gebruik gesteld, en heeft uiteindelijk Stadsherstel de kerk overgenomen.

Het orgel was nog afkomstig van de oude schuilkerk en werd in 1928 vervangen door een nieuwe gebouwd door de firma Vermeulen kerkorgels


De Toren te Amsterdam

Wanneer De Toren als schuilkerk is gesticht is niet helemaal duidelijk. Men denkt 1644 vanwege het stichtingsjaar van deze statie en de aanvang van de doopboeken die beginnen bij 1644. Het is de tweede statie van de paters Dominicanen die ook de kerk 'Stadhuis van Hoorn' als eerste statie hadden gesticht. De kerk stond in het huis 'De Toren" aan het Singel, ten noorden van de Bergstraat, bij de inmiddels verdwenen Jan Roodenpoortstoren. Nadat de bisschop van Haarlem had besloten dat Amsterdam verdeeld moest worden in parochies, werden de twee staties één parochie. De Toren wordt de bijkerk van de parochiekerk het Stadhuis van Hoorn. Uit het archief van de parochie die loopt tot ± 1900, maar bevat ook echter archivalia van na 1900 blijkt dat de bijkerk De Toren werd gesloten. Van september 1926 tot september 1937 werd de kerk verhuurd, waarna de kerk definitief werd gesloten. Op 22 april 1938 werd de kerk verkocht, waarna de kerk en pastorie werdem gesloopt.


De Zaaier te Amsterdam

De Zaaier was een aan de Rozengracht gevestigde Jezuïetenschuilkerk. Deze kerk was vanaf 1663 gevestigd als statie op de zolder van een pakhuis "De Sayer" aan de Keizersgracht bij de Brouwersgracht. De naam van dit pakhuis ging mee naar de nieuwe kerk aan de Rozengracht. Na sluiting van de statie, in 1669 op last van de apostolisch-vicaris, vond in 1685 de heropening van de statie plaats. In 1708 opnieuw sluiting van de statie, nu op last van de Staten van Holland en Westfriesland. 1792 opnieuw heropening van de statie. In het jaar 1837 wordt de huiskerk vervangen door een zogenaamde Waterstaatskerk. In 1857 wordt de statie veheven tot parochiekerk van de H. Ignatius en worden de parochiegrenzen vastgesteld. De tweede hulpkerk aan de Rozengracht, de Sint-Jozefkapel wordt gebouwd in 1899. Als in 1928/1929 de Sint-Jozefkapel wordt opgeheven verplaatst men de kerk en pastorie van De Zaaier naar de Rozengracht, waarna de parochie in 1971 wordt opgeheven en de kerk wordt gesloten. Het socialistische verenigingsgebouw "Constantia" van de Vrije Socialistische Arbeidervereniging werd in 1899 opgekocht. Het gebouw waar Domela Nieuwenhuis zijn redevoeringen hield. Op de plaats van Constantia werd de Sint-Ignatiuskerk gebouwd en in 1929 in gebruik genomen. Maar de naam van de kerk bleef in de volksmond De Zaaier. In 1971 werd de laatste dienst in de kerk gehouden, en in 1974 werd zij gebruikt als tapijt- en muziekhal, totdat het in 1981 werd gekocht en ingericht als moskee.


 
Kerk in het Jongensweeshuis te Amsterdam

Kerk/kapel in het Rooms-Katholieke Jongensweeshuis, Vanaf 1664 waren de wezen gehuisvest in de Weesperstraat; maar e.e.a. was niet naar het zin van de Gereformeerde kerkeraad, die zich hierover beklaagde bij de Burgermeesters over het Paapse weeshuis. De Papisten worden door Burgermeesters op het matje geroepen. Ze krijgen te horen: "sulcks is in deze stad niet te dulden", maar ze worden stilzwijgend gedoogd door een ieder, want de weeskinderen moesten toch ergens heen. In 1686 verhuisde men naar de Lauriergracht, waar men op de plek van het pakhuis Venetië en de verffabrieken De Blauwselmolen en De Indigo's Ton stonden, het weeshuis gebouwd. De kerk stond open voor gelovigen uit de omtrek. De kapel was sinds 1723 in Jansenistische handen, zeer tegen de zin van regenten; In 1782 werd met toestemming van het stadsbestuur een kapel in een voormalige slaapzaal ingericht. In 1883 werd er een laatste gedeelte bijgebouwd.

 
 
Kerk in het Maagdenhuis te Amsterdam

Het huidige Maagdenhuis (het dankt zijn naam aan het doel waarvoor het werd gebouwd) stamt uit 1780 en is het bestuurlijk centrum van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Op deze locatie aan het Spui bevond zich van 1628 tot 1953 het Rooms-Katholiek Maagdenhuis, een weeshuis voor meisjes, met schuilkerk, dat in 1570 was ontstaan toen twee Amsterdamse vrouwen besloten om de zorg voor enkele weesmeisjes op zich te nemen. In 1780 werd besloten het oude complex ± 9 panden te vervangen door nieuwbouw. Het nieuwe gebouw bood plaats aan bijna 400 kinderen en 13 verzorgsters. De kerk werd uiteindelijk de kapel, alleen voor gebruik door de bewoners van het Maagdenhuis. Het aanzien van het huidige gebouw, namelijk het exterieur, is nagenoeg gelijk aan de staat waarin het werd gebouwd. Hoog aan de voorgevel is een fraai onderdeel van het gebouw te zien: een timpaan met een beeldengroep in de driehoek, welke verwijst naar de functie die het Maagdenhuis  bijna 170 jaar heeft gehad. Het medaillon in het midden van het fronton beeldt de Bijbeltekst uit die men kan lezen in Markus 10: vers 14. Het medaillon wordt geflankeerd door twee weesmeisjes, de "twee maagden".

Het orgel werd gebouwd door de Leidse orgelbouwer Johannes Mittenreither in 1788. In 1957 is dit orgel verplaatst naar Wehe de Hoorn in Groningen.

 
  
De Mozes en Aäronkerk te Amsterdam

De Mozes en Aäronkerk ligt aan het Waterlooplein. Officieel heet de kerk: Sint Antonius van Padua en is ook ontstaan uit een schuilkerk. Deze werd bediend door de paters Franciscanen en was gevestigd in een huis aan de Jodenbreestraat. In 1649 werd er gekerkt in het huis "Moyses" (Mozes), ter hoogte van de huidige kerk. Kort daarna werd ook het aangrenzende huis "Aäron"(Mozes broer) aan de Houtgracht erbij getrokken. In 1686 werd een grote kerk gebouwd, die in 1759 verfraaid werd, zowel van binnen als van buiten. De huidige kerk werd gebouwd als Waterstaatskerk tussen 1837 en 1841 naar een ontwerp van Tieleman Franciscus Suys (1783-1861) in de stijl van het neoclassicisme. Vanaf het voorportaal wijst het beeld van de heilige Franciscus van Assisi naar de wisselaars op het Waterlooplein, Franciscus wees alle rijkdom af. De architectuur van de kerk is bijzonder voor Nederlandse begrippen: het is een vroege combinatie van een zuilenhal met een front van twee torens. Voor een Katholieke kerk ziet deze kerk er simpel uit. Dit komt niet door de gedachte van de heilige Franciscus, maar door de Nederlandse overheid. Vanaf het begin van de 19e eeuw was het Ministerie van Eredienst betrokken bij de nieuwbouw van kerken. De architecten stonden onder toezicht van het departement van Waterstaat. Dus de kerken werden zo voordelig mogelijk gebouwd. Vandaar de naam Waterstaatskerk. Eenvoudige materialen kregen door stuc- en schilderwerk een zo voornaam mogelijke uitstraling.

Het orgel is in 1871 gebouwd door C. en P.J. Adema, Amsterdam, onder advies van de Franse consul Charles Marie Philbert. Het pijpwerk van enkele registers dateert uit 1772. Het orgel was het eerste grote orgel in de hoofdstad, dat ontworpen was volgens de principes van de Franse symfonische orgelbouw.

 

Lutherse Kerk

 

 

                        Beschrijving van de Lutherse kerken waar mijn voorouders

                                              en hun familie zijn gedoopt

                                        De kerken zijn op alfabet opgenomen

 

Afbeeldingen van de kerken

Oude Lutherse Kerk te Amsterdam

De Oude Lutherse Kerk, aan de Singel hoek Spui, vandaar de naam Spuikerk is gebouwd
in de periode 1632 en 1633 onder leiding van Wessel Becker en Willem van Daelen. Al
vanaf 1600 werd op deze plaats in een pakhuis genaamd de Vergulde Pot gekerkt. Door aankoop van de naastgelegen panden werd de oppervlakte van de kerk steeds groter. In
1631 kreeg men toestemming van de stad Amsterdam om in plaats van de zeven panden
een nieuw kerkgebouw te bouwen. De kerk is gebouwd op een onregelmatig grondvlak. Het inwendige is een rechthoekige vorm, omgeven door galerijen die rusten op Ionische zuilen.
De dakconstructie wordt gedragen door Toscaanse en Dorische zuilen.  De preekstoel stamt
uit 1640. Vanwege het verzakken werd in 1925 een grondige restauratie uitgevoerd waarbij
de zerkenvloer werd gelicht en de graven geruimd. Overbodige betimmering werd verwijderd en de oorspronkelijke glas-in-lood ramen waren al in 1774 vervangen. Bij de laatste
restauratie uit 1984 - 1986 is het interieur grotendeels weer naar de oude situatie gebracht.

Het orgel is gebouw door Bätz en Johan Frederik Witte in 1886.

   
De Ronde Lutherse Kerk of Nieuwe Lutherse Kerk te Amsterdam

De Ronde Lutherse Kerk werd gebouwd in 1668 - 1671 als tweede en dus "Nieuwe" Lutherse Kerk wegens de vele Lutherse immigranten. De architect was Adriaan Dortsman. Maar het
was de Lutheranen verboden een kerktoren te bouwen dus realiseerden zij een koepelkerk.
In het kleine torentje op de koepel "de Lantaarn genaamd", werd de Lutherse Zwaan afgebeeld. Bij een vernietigende brand op 18 september 1822 werd de kerk vrijwel geheel verwoest. Alleen de muren bleven staan. De kerk werd weer herbouwd en leek erg op het oude. Alleen de koepel werd verhoogd en kreeg Romeinse cassetten. Het is ondanks de herbouw het meest Barokke bouwwerk uit de 17e eeuw. De Lutheranen verlieten de kerk in 1935 en werd de kerk voor allerlei doeleinden gebruikt. In 1975 werd de kerk in gebruik genomen door het Sonesta Hotel. In 1984 onderging de kerk een grondige restauratie. Inmiddels heeft het Renaissance Amsterdam Hotel de kerk in gebruik voor evenementen en vergaderingen. Nog geen 10 jaar na de restauratie van 1984 vloog de koepel weer in brand
en op 3 februari 1993  werden het dak en het interieur van de Koepelzaal verwoest. Een zeer uitgebreide restauratie was het gevolg en in juni 1994 was de kerk weer hersteld. Alleen het kenmerk (koper dak) van de kerk het groene dak, wat was ontstaan door de oxidatie van het koper is weg. Het nieuwe koperen dak heeft zijn tijd nodig om weer groen te kleuren.

Ook het orgel is gebouwd door Johan Bätz.

 

Uitleg afbeeldingen van Kerken

Afbeeldingen van Kerken

Dit item is opgedeeld in de geloofsrichting/kerk waarin de pastor de doop heeft verricht.

  1.  De Nederduits Gereformeerde Kerk, sinds 1816 de Hervormde kerk. Thans de PKN (Protestantse Kerk in Nederland) ontstaan door fusie op 1 mei 2004, daarin zijn opgegaan de Nederlands Hervormde kerk (voor 1816 de Nederduits Gereformeerde Kerk), de Gereformeerde kerk, ontstaan uit de doleantie 1886 (na 1886 ontstaan uit de Nederlands Hervormde kerk), en de Lutherse kerk. 
  2. De Lutherse Kerk.
  3. De Rooms-Katholieke Kerk. 

Ned. Hervormde Kerk

 

Beschrijving van Nederduits Gereformeerde Kerken (later Hervormde Kerken) waar mijn voorouders

 en hun familie zijn gedoopt

De kerken zijn op alfabet en plaats opgenomen  

 

Afbeeldingen van de kerken

Hervormde Andrieskerk (oorspronkelijke Sint-Andrieskerk) te Amerongen

Aan het eind van de 12e eeuw en het begin van de 13e eeuw werd de voorganger van de huidige kerk gebouwd. Het was vermoedelijk een romaans tufstenenkerkje (zaalkerkje). De tufstenen travee (gewelfvak tussen twee gordelbogen, in het middenschip van een kerk) dateert van rond 1200. In de 15e eeuw werd de Utrechtse heuvelrug geteisterd door invallen van Gelderse troepen. De Andrieskerk werd hierbij zwaar beschadigd. In de tweede helft van de 15e eeuw werd de door brand vernielde kerk herbouwd in een laatgotsche driebeukige pseudobasiliek. De oude toren bleef gehandhaafd, maar werd ingebouwd. De drie beuken werden afgedekt met een houten tongewelf. Nadat de toren werd voltooid in 1527 werd het oude koor vervangen door een hoger koor met aan de noordzijde de sacristie en dateert van rond 1552. Er is heeft restauratie plaatsgevonden tussen 1884-1886 waarbij nogal wat veranderingen zijn aangebracht.

Ook is de kerk gerestaureerd tussen 1948-1953 en 1990-1992.

Het orgel (1862) in de Andrieskerk is gebouwd door de firma Bätz-Witte. Het orgel verkeerd nog in vrijwel de oorspronkelijke staat.

   
Amstelkerk te Amsterdam          

De Amstelkerk is een van oorsprong Protestantse houten kerkgebouw in Amsterdam. De kerk is gelegen op het Amstelveld in het centrum van Amsterdam en is tussen 1668-1670 gebouwd als onderdeel van de tweede aanleg van de grachtengordel. Het ontwerp is van Daniël Stalpaert. Het zou een tijdelijke kerk worden (men noemde het daarom ook 'preekschuur', waarbij men zich voornam om "het plein of veld aan die Kerk egter groot genoeg te laaten, om op het zelve, t'eenigen tyde, eene steenen Kerk te konnen zetten. Bron: Bureau Monumenten en Archeologie.  De kerk heeft een vierkant grondplan van 28,3 x 28,3 meter dezelfde maat als de Oosterkerk.

Het monumentale en gerestaureerde Bätz-orgel fuctioneert nog en is een lust voor het gehoor en oog. Het is gebouwd in 1843 door J. Bätz en Comp. te Utrecht.

   
Eilandskerk te Amsterdam

Op het Bickerseiland werd al vroeg een haven aangelegd. Er stond vanaf 1660 een van oorsprong Protestantse driebeukige houten kerk, die omstreeks 1736 werd vervangen door een stenengebouw. Toen de Eilandskerk in 1939 werd gesloten wegens bouwvalligheid en in 1950 werd afgebroken, zijn de zerken gebruikt voor de restauratie van de vloer van de Martinikerk in Bolsward. Sommige delen kwamen terecht in een restaurant op de Haarlemmerstraat terecht. De oorzaak van de afbraak moet gezocht worden in de spoorlijn die in 1879 werd aangelegd en vlak langs de Eilandskerk liep. De weke bodem bood geen weerstand tegen het gedreun van de treinen en de kerk zakte langzaam scheef. Men heeft door de toren af te breken getracht het gewicht te verminderen, maar dat hielp niet.

Het Knipscheer-orgel uit 1844 is, weliswaar sterk gewijzigd terug te vinden in de Gereformeerde Kerk van Strijen.

   
Nieuwe Kerk te Amsterdam

De Nieuwe Kerk staat naast het Paleis op de Dam. Tussen de kerk en het Paleis loopt de Mozes en Aäronstraat. Vroeger liep deze straat tussen het voormalige Stadhuis en Nieuwe Kerk. Het Stadhuis (Mozes) en de Kerk (Aäron).Toen de Oude Kerk te klein werd heeft men besloten om een nieuw kerk te bouwen. Rond 1380 is men hieraan begonnen en verkreeg men op 15 november 1408 toestemming van de Bisschop van Utrecht voor een zelfstandige parochie. In de eerste fase zijn het koor en dwarsschip gerealiseerd. Tijdens de stadsbranden van 1421 en 1452 liep de bouw ernstige vertraging op, alhoewel de kerk zelf weinig schade opliep. De zijbeuken en middenbeuk werden verhoogd in de tweede helft van de 15e eeuw, en een aantal kapellen werd toegevoegd. Tenslotte werd tussen 1538 en 1544 het noordertransept verhoogd tot dezelfde hoogte als het zuidertransept. In 1645 werd de kerk toch getroffen door een grote brand. De kerk werd toen hersteld in gotische trant. Beroemd zijn het koperen koorhek uit 1645 in de classicistische stijl de preekstoel uit 1649 -1664.

Het grote orgel is uit 1655, vermoedelijk ontworpen door Jacob van Campen. Sinds koning Willem I in 1814 zijn eed aflegde in de Nieuwe Kerk, worden alle Nederlandse vorsten in de Nieuwe Kerk ingehuldigd.

 

   
Noorderkerk te Amsterdam

De Noorderkerk is gebouwd tussen 1620 en 1623 in de vorm van een Grieks kruis, waarbij in de  driehoekige oksels dienstwoningen zijn gebouwd en is prachtig gelegen in het hart van de Jordaan op de Noordermarkt. Het is een ontwerp van Hendrick de Keyzer (1565-1621). De kleine vieringtoren is het werk van stadstimmerman Hendrik Jacobsz Staets en de stadsmetselaar Cornelis Danckerts. Deze vaklieden hebben na de dood van Hendrick de Keyzer samen met diens zoon het werk voltooid, wat wijst op de grote betrokken van het stadsbestuur. De Noorderkerk was een van de eerste Protestantse kerken die werd gebouwd. De kerk is tussen 1993 en 1998 gerestaureerd, grotendeels door de gemeente Amsterdam en het Rijk die nu de kerk ook gebruiken voor allerlei activiteiten. Maar het hoofddoel is de Protestantse Noorderkerkgemeente die elke zondag de deuren opent voor de velen die de diensten bezoeken.

Het orgel is gebouwd in 1849 door H. Knipscheer uit Amsterdam. In 1877/1878 en 1906 en 1951 en 1978 zijn er restauraties uitgevoerd. Maar in 1995 restaureert de firma Flentrop de balgen, waarna in 2005 door de firma Flentrop een algehele restauratie wordt uitgevoerd waarbij ook de mechanische speeltractuur gereconstrueerd wordt.

 

   
Oosterkerk te Amsterdam

De Oosterkerk is een van oorsprong Nederlands-Hervormde Kerk en is gebouwd in de periode 1669 en 1671 naar een ontwerp van architect Adriaan Dortsman met medewerking van Daniël Stalpaert. Het vroedschap van Amsterdam besloten twee kerken te bouwen, de Oosterkerk en de Eilandskerk. Beiden houten gebouwen zouden in de toekomst door stenen kerken worden vervangen. De oude Oosterkerk is later vervangen door een stenen kerk, echter niet op de oorspronkelijke plaats op het Rapenburg maar op de Wittenburg. De kerk is als een vierkant gebouwd, door pijlers met bogen verbonden, verdeeld in een gelijkarmig kruis. De klok is gemaakt door Pieter Hemony in 1671.

Het orgel is gebouwd door Van Oeckelen in 1871. In 1963 werd de kerk gesloten wegens bouwvalligheid en in 1969 kwam de Oosterkerk in het bezit van de gemeente Amsterdam en werd de kerk grotendeels in historische staat hersteld. De gemeente wilden eerst de kerk afbreken voor grootschalige woningbouw, maar door optreden van de buurtbewoners is dat uiteindelijk niet gebeurd

 

   
Oude Kerk te Amsterdam

De Oude Kerk is het oudste gebouw van Amsterdam en staat op het Oudekerksplein. De kerk werd waarschijnlijk in 1306 gewijd aan de heilige Nicolaas, bisschop van Myra, door de bisschop van Utrecht Guy de Avesnes. Op de plaats waar de Oude Kerk staat, stond in de 13e eeuw een kleine houten kapel met een begraafplaats. In de 13e eeuw werd de houten kapel vervangen  door een stenen zaalkerk. Na 1300 bouwden de Amsterdammers een ruime hallenkerk, een driebeukig gebouw met smalle, maar even hoge zijbeuken en een klein koor, waarschijnlijk in romaanse stijl. Voor zover bekend de eerste hallenkerk in Nederland. De toren werd gebouwd op de plaats van de huidige. Rond 1330 wordt het kleine koor vervangen door een ruimer, éénbeukig koor. In 1330-1350 worden de smalle zijbeuken vervangen door brede zijbeuken en begint de kerk te lijken op de nu nog bestaande. In de volgende eeuwen wordt flink gewerkt aan de vergroting van de kerk. Twee kapellen worden aangebouwd. In de 16e eeuw is de kerk verhoogd. In 1951 is de kerk gesloten i.v.m problemen met de fundering. Daarna heeft een 24 jaar durende restauratie plaatsgevonden. In 1994/1998 is de kerk opnieuw gerestaureerd.

Het orgel is gebouwd door Christian Vater en door Johann Casper Müller fors uitgebreid. De organist was toen Conrad Friedrich Hurlebusch, collega en zakenrelatie van Johann Sebastian Bach.

 

 

   
Oudezijdskapel (Sint Olofkapel) te Amsterdam                     

De één na oudste (na de Oude Kerk) kerk in Amsterdam. Met een zeer uitgebreide historie. De eerste Sint Olofkapel werd tussen 1440 en 1450 gebouwd tegen een grote stadspoort aan. In 1618 is deze poort afgebroken, maar de vroegere doorgang heet nog steeds Sint Olofspoort. Driebeukige hallenvormige kapel met onregelmatige, nagenoeg vierkant grondoppervlak, wat is ontstaan door geleidelijke uitbreiding van een vijftiende-eeuwse kerk in het zuidwestelijk deel. Uiteindelijke vorm in Gotische trant 1645. Aan de Nieuwebrugsteeg drie topgevels met hoge vensters, de meest westelijke nog middeleeuws en twee gelijke portalen, die echter 1620 en 1671 zijn gedateerd. aan de Zeedijk twee dergelijke topgevels, een klassiek portaal (in 1645 hierheen overgebracht). In 1602 werd de kapel overgedragen aan de protestanten die er hun diensten hielden (tot 1912) en sindsdien sprak men van de Oudezijdskapel. In 1964 werd de kapel in opdracht van de gemeente Amsterdam gesloten wegens instortingsgevaar. In 1966 brandde de kapel vrijwel geheel af. Jarenlang werd de omgeving ontsierd door de ruïne. In 1991 kocht de gemeente Amsterdam de ruïne voor een symbolisch bedrag van 1 gulden. De restauratie kwam eindelijk opgang na een gebruikovereenkomst met het Barbizonhotel en de kapel dient nu als congrescentrum.

 

 

 

 

 

 

 

   
Westerkerk te Amsterdam

De van oorsprong Ned. Hervormde Kerk is tussen 1620 en 1631 gebouwd naar her ontwerp van bouwmeester Hendrick de Keyser (1565-1621). De kerk is onder leiding van zijn zoon Pieter de Keyser (1595-1676) voltooid en op 8 juni 1631 in gebruik genomen. De kerk heeft een lengte van 58 meter en een breedte van 29 meter. Het aan de zijden van het hoge middenschip de lagere zijbeuken. De driekeurige basiliek heeft een rechthoekig plattegrond met twee transepten van gelijke afmetingen, waardoor de plattegrond de vorm van twee met elkaar verbonden Griekse kruisen kreeg. De toren (Westertoren) staat aan de westzijde van het middenschip en vormt een geheel met de kerk. De romp van de toren is van baksteen. De bovenbouw bestaat uit drie, in grootte afnemende verdiepingen. Het eerste deel is van zandsteen. De twee bovenste delen zijn van hout en bekleed met beschilderd lood. Het is tevens de hoogste kerktoren van Amsterdam 87 meter met op de spits de keizerskroon van 1637.  

Het hoofdorgel is gebouwd door Roelof Barentszn Duyschot en Johannes Duyschot en werd opgeleverd in 1686. In 1727 werd het orgel door Christian Vater, uitgebreid met een brede klavier. Na vele wijzigingen in de loop van de jaren, werd het orgel tussen 1989 en 1992 herbouwd door de firma Flentrop uit Zaandam. Vlak bij de kerk bevindt zich het Achterhuis waar Anne Frank wooonde. 

 

   
Zuiderkerk te Amsterdam

De Zuiderkerk is de eerste voor de protestantse eredienst ontworpen kerk in Amsterdam en staat nabij de Sint Antoniesbreestraat  (wat genoemd werd de Jodenbuurt). De kerk is gebouwd tussen 1603 en 1611. Het ontwerp is in de renaissancestijl en is ook gebouwd door Hendrick de Keyser. Toen Hendrick de Keyser in 1621 overleed, werd hij in de Zuiderkerk begraven. Zijn grafsteen is nog steeds aanwezig. De kerk is een pseudo-basiliek en ook weer een hoog middenschip met twee lagere zijbeuken. De topgevels zijn zeer rijk gedecoreerd. Ongebruikelijk (zeker in die tijd) zijn echter de rechthoekige ramen. Sinds 1921 worden er geen kerkdiensten meer gehouden. De kerk werd in 1970 gesloten wegens bouwvalligheid. Tussen 1976 en 1779 werd de kerk gerestaureerd. Wie door het Zuiderkerkhofpoortje (met de twee schedels en doodsbeenderen) loopt, komt op het Zuiderkerkhof het plein rond de kerk. Het kerkhof bestaat al lang niet meer. Tijdens de hongerwinter (1944-1945) werden overleden Amsterdammers hier tijdelijk opgeslagen, u leest het goed "opgeslagen",  in afwachting van hun begrafenis, door het groot aantal sterfgevallen. In die periode was hout ook heel schaars d.w.z. dat er niet voor iedereen kisten waren. De kerk is nu een expositieruimte voor het Nationaal Historisch Museum.

 

   
Hervormde Kerk te Blaricum (Nh)

De Hervormde kerk van Blaricum is een eenbeukige kerk met toren uit het einde van de vijftiende of begin van de zestiende eeuw. In 1934 is er een balustrade tijdens de restauratie aan de toren toe, eigenlijk naar het voorbeeld van de kerk te Huizen. Op een kaart van 1520 staat al een kerk die zelfs groter is dan van Bussum en Huizen. In de oudste klok van de kerk staat het jaartal 1512. Op 26 maart 1634 werd de kerk zwaar beschadigd door brand maar werd weer gerestaureerd. Men heeft nog geprobeerd in de periode van de Franse tijd de kerk weer te laten overnemen door de Rooms-Katholieken, maar die wilden niet, vermoedelijk vanwege het achterstallig onderhoud. In 1869 volgt er weer een restauratie en in 1934 vindt de tot nu toe laatste restauratie plaats. Het kerkhof links en rechts naast de kerk, op de foto ziet links van de kerk een soort familie kerkhof, omdat er hoofdzakelijk alleen maar familieleden begraven zijn. Het aantal wordt inmiddels minder vanwege het ruimen van de graven. (dat is jammer, want er waren graven van voor de oorlog bij). Zo gaat er dus veel erfgoed verloren.

Het orgel is in 1934 gebouwd door H.W. Flentrop en het is een tweeklaviers pneumatisch orgel met vrij pedaal en 22 registers.

Hervormde Kerk te Elst (Ut) 

De Nederlands Hervormde Kerk is gebouwd in 1819. Opvallend in deze kerk is de bekapping, die op dezelfde manier is gebouwd als de kap van de tabaksschuren in de omgeving.

Binnen in de kerk is een booggewelf (halfrond dak) te zien met prachtige beschilderingen. Het oude pijporgel is omstreeks 1865 aangeschaft.

Het is een eenvoudig zaalgebouw, zadeldak met klokketorentje, steen boven de ingang 1819. Spitsboogramen en steunberen. Eenklaviers orgel gemaakt door de fa. Bakker & Timmenga uit Leeuwarden in 1918 gemaakt voor de Gereformeerde kerk te Bozem (Frl) en in 2002 aangekocht voor Elst.

 
Hervormde Johanneskerk te Laren (Nh)

De Johanneskerk is de oudst bewaarde kerk van Laren. Deze werd gebouwd in 1521 als Rooms-Katholieke kerk. Sinds de refomatie is de kerk ingebruik voor de Protestantse eredienst als Nederlands Hervormde Kerk. Het interieur heeft een eenvoudig tongewelf en nog houten banken. Op de balk in de triomfboog rechts boven de preekstoel staat"Dies Lambertus 1521", ofwel "ingewijd op Sint Lambertus 1521". De datum voor Sint Lambertus is 17 september. Het houten beeld van Johannes de Evangelist werd door de gemeente Laren weer terug gegeven aan de kerk. Het beeld dateert uit de 16de eeuw en was afkomstig uit deze kerk, maar sierde jarenlang de kamer van de burgermeesters. Het koor is afgebroken in verband met de verbreding van de weg. De kerk is in 1995 opnieuw gerestaureerd.

Het orgel is in 1946 -1947 vervaardigd door fa Spanjaard. De firma Strubbe voerde in 1981 een restauratie uit en dat is opnieuw gedaan in 1996 door de fa Boogaard. Het orgel is mechanisch en heeft 10 stemmen.

   
Michaëlskerk te Leersum

De Michaëlskerk (genoemd naar de aartsengel Michaël) werd rond het jaar 1300 gebouwd in Romaanse stijl. Het schip is het oudste deel en bestaat uit bakstenen en een bijbehorend smal rechtgesloten koor. Omstreeks1500 werd de toren gebouwd, een slanke toren, boogfries onder de spits. De kerk is noordwaarts uitgebreid met één transept en in 1937 hersteld. Binnen staat er een preekstoel uit 1676. De familie Van Zuylenstein werden onder het koor in een grafkelder begraven. De heer Van Zuylenstein en zijn opvolgers hadden het recht om een predikant van de "Gereformeerde religie" te benoemen. Maar daar stond tegenover dat er verwacht werd, dat er financieel door de familie Van Zuylenstein werd bijgedragen en voor de pastorie zorgden. De uitbouw waar de jongens voor staan is het consistorie.   

Het orgel is in 1971 gebouwd door de firma gebr. Reil uit Heerde en in 1998 gereinigd en opnieuw geïntoneerd. De subbas is afkomstig uit het vorige orgel. (Spiering 1947).

Hervormde kerk te Ommeren (Gld

Het oudste deel van de huidige kerk is de zuidmuur van het schip en de pijlers en de bogen van de noordmuur: waarschijnlijk dertiende eeuws. In de vijftiende eeuw kreeg de kerk een nieuw koor. Uit het kerkarchief blijkt dat er tussen 1706 en 1710 een nieuwe haan op de toren geplaatst is, is in 1727 reparatiewerk aan het dak uitgevoerd en is de kerk in 1765 gerestaureerd. In 1825 vonden weer herstelwerkzaamheden plaats. De toren was zo bouwvallig dat die gesloopt werd en in 1848 door een nieuwe vervangen. In 1894 werden de muren van het schip bepleisterd en in 1908 kreeg het schip zijn huidige vorm. Door het afbikken van alle kalklagen in 1899 gingen de schilderingen helaas verloren. Achter de kalklaag werd een kast gevonden met daarin fragmenten van gebrandschilderd glas, o.a. een ruitje met een deel van een wapen. 

Het orgel met één klavier en vrij pedaal is afkomstig uit de Hervormde kerk uit Laren (Gld) en geplaatst in 1984. In 1870 gemaakt door F. Leichel. 

 

Koepelkerk te Renswoude   

De Ned. Hervormde Koepelkerk is door Jacob van Campen tussen 1639 en 1641 gebouwd. Het is een centraliserende bouw. De kerk werd gebouwd in opdracht van de toenmalige heer van Renswoude, Johan van Reede. De plattegrond is gevormd door een Grieks kruis met ondiepe armen. De kruising rijst boven de armen omhoog als achtzijdige koepel op vierkante onderbouw. Inwendig: houten architraven (hoofdbalk van een gebouw) die de onderbouw van de kruisingskoepel dragen rustend op pilasters, tegen de inspringende hoeken en zuilen. Daartussen goed oud meubilair, preekstoel en banken; wapenborden.

Het  orgel werd gebouwd in 1937 door de firma J. de Kolff en Zn. (Utrecht). Het is een gebruikt 19e eeuws instrument, mogelijk van de hand van C.F.A. Naber. De Kolff plaatst het achter een nieuw front en voegt een vrij pedaal toe. In 1997 restaureert de firma M.K. Koppejan en Zn. (Ederveen) het orgel maar plaatst er een ander front voor, dat vroeger toebehoorde aan het voormalige orgel van de Hervormde Kerk te Oud-Loosdrecht.

   
Cunerakerk te Rhenen

De Cunerakerk is de voornaamste kerk te Rhenen. Het is een relatief grote kerk, ontstaan dankzij het feit dat Rhenen in de Middeleeuwen een belangrijk bedevaartsoord was. De pelgrims kwamen op de relieken van de heilige Cunera af. De eerste kerk was gewijd aan Petrus, en al voor de elfde eeuw gesticht zijn. In de elfde eeuw moet de kerk aan Cunera gewijd zijn, van wie een legende verhaalt dat zij aan het hof van koning Radboud te Rhenen vertoefd had. Van de tegenwoordige kerk dateren het éénbeukige koor en het dwarsschip uit de eerste helft van de vijftiende eeuw. Het schip is in de tweede helft van die eeuw vergroot tot een driebeukige hallenkerk. De toren (81,8 meter hoog) werd gebouwd tussen 1492 en 1531 en verwant aan de Onze Lieve Vrouwetoren te Amersfoort in een vrije navolging van de Domtoren te Utrecht. Het is een van de mooiste laatgotische scheppingen in Nederland. Vanaf 1580 is de kerk in gebruik als Ned. Hervormde Kerk. De relieken van Cunera raakten verspreid. Na diverse branden werd de kerk en de toren opnieuw in 1940 en 1945 door oorlogsgeweld zwaar beschadigd en is in 1968 opnieuw gerestaureerd. Sommige koorbanken zijn nog uit 1570.

Het orgel is gebouwd in 1957 door de firma Van Vulpen Orgelbouw uit Utrecht. Het is een zogenaamd Neo-barok orgel, wat inhoudt dat het helder en boventoonrijk klinkt.